kunnen

Dutch verb conjugation — can · /ˈkʏnə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
gekund
Level
A1

In short: ik kan, jij kunt, hij kan, wij kunnen, jullie kunnen, zij kunnen — and in the past, ik heb gekund.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikkan
jij / jekunt
hij / zij / hetkan
wij / wekunnen
julliekunnen
zij / zekunnen

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb gekund
jij / jehebt gekund
hij / zij / hetheeft gekund
wij / wehebben gekund
julliehebben gekund
zij / zehebben gekund

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikkon
jij / jekon
hij / zij / hetkon
wij / wekonden
julliekonden
zij / zekonden

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad gekund
jij / jehad gekund
hij / zij / hethad gekund
wij / wehadden gekund
julliehadden gekund
zij / zehadden gekund

Future

zullen + infinitive

ikzal kunnen
jij / jezult kunnen
hij / zij / hetzal kunnen
wij / wezullen kunnen
julliezullen kunnen
zij / zezullen kunnen

Conditional

zouden + infinitive

ikzou kunnen
jij / jezou kunnen
hij / zij / hetzou kunnen
wij / wezouden kunnen
julliezouden kunnen
zij / zezouden kunnen

Imperative

Commands

jijkan

kunnen in sentences

  • Hij kon goed rennen, omdat hij een getraind sportbeoefenaar was.He could run well, because he was a trained sportsman.
  • Je kan me altijd bellen.You can always call me.
  • Dat kan niet.That is not possible.

Examples from Wiktionary.

Questions about kunnen

How do you conjugate kunnen in the present tense?

ik kan, jij / je kunt, hij / zij / het kan, wij / we kunnen, jullie kunnen, zij / ze kunnen.

What is the past participle of kunnen?

gekund.

Does kunnen take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb gekund.

How do you say "I can" in Dutch?

Ik kan.

What is the simple past of kunnen?

ik kon, wij konden.

More Dutch verbs

All 212 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. kunnen on Wiktionary · Recording of kunnen: Marcel coenders, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons (MP3 version).

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.