veranderen
Dutch verb conjugation — to change · /vəˈrɑndərə(n)/
In short: ik verander, jij verandert, hij verandert, wij veranderen, jullie veranderen, zij veranderen — and in the past, ik heb veranderd.
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd
| ik | verander |
| jij / je | verandert |
| hij / zij / het | verandert |
| wij / we | veranderen |
| jullie | veranderen |
| zij / ze | veranderen |
Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past
| ik | heb veranderd |
| jij / je | hebt veranderd |
| hij / zij / het | heeft veranderd |
| wij / we | hebben veranderd |
| jullie | hebben veranderd |
| zij / ze | hebben veranderd |
Simple past
Onvoltooid verleden tijd
| ik | veranderde |
| jij / je | veranderde |
| hij / zij / het | veranderde |
| wij / we | veranderden |
| jullie | veranderden |
| zij / ze | veranderden |
Past perfect
Voltooid verleden tijd
| ik | had veranderd |
| jij / je | had veranderd |
| hij / zij / het | had veranderd |
| wij / we | hadden veranderd |
| jullie | hadden veranderd |
| zij / ze | hadden veranderd |
Future
zullen + infinitive
| ik | zal veranderen |
| jij / je | zult veranderen |
| hij / zij / het | zal veranderen |
| wij / we | zullen veranderen |
| jullie | zullen veranderen |
| zij / ze | zullen veranderen |
Conditional
zouden + infinitive
| ik | zou veranderen |
| jij / je | zou veranderen |
| hij / zij / het | zou veranderen |
| wij / we | zouden veranderen |
| jullie | zouden veranderen |
| zij / ze | zouden veranderen |
Imperative
Commands
| jij | verander |
veranderen in sentences
- Ze besloot haar carrière te veranderen en een ander beroep te kiezen.She decided to change her career and choose a different profession.
- De kunstenaar heeft de compositie van het schilderij veranderd voordat hij het tentoonstelde.The artist changed the composition of the painting before exhibiting it.
- Het weer kan snel veranderen in de herfst.The weather can change quickly in the autumn.
Examples from Wiktionary.
Questions about veranderen
How do you conjugate veranderen in the present tense?
ik verander, jij / je verandert, hij / zij / het verandert, wij / we veranderen, jullie veranderen, zij / ze veranderen.
What is the past participle of veranderen?
veranderd.
Does veranderen take hebben or zijn in the perfect?
hebben: ik heb veranderd.
How do you say "I change" in Dutch?
Ik verander.
What is the simple past of veranderen?
ik veranderde, wij veranderden.
More Dutch verbs
All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained
Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. veranderen on Wiktionary · Audio: 16Word.
Make the verbs stick
16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.