zetten

Dutch verb conjugation — to set · /ˈzɛ.tə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
gezet
Level
A1

In short: ik zet, jij zet, hij zet, wij zetten, jullie zetten, zij zetten — and in the past, ik heb gezet.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikzet
jij / jezet
hij / zij / hetzet
wij / wezetten
julliezetten
zij / zezetten

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb gezet
jij / jehebt gezet
hij / zij / hetheeft gezet
wij / wehebben gezet
julliehebben gezet
zij / zehebben gezet

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikzette
jij / jezette
hij / zij / hetzette
wij / wezetten
julliezetten
zij / zezetten

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad gezet
jij / jehad gezet
hij / zij / hethad gezet
wij / wehadden gezet
julliehadden gezet
zij / zehadden gezet

Future

zullen + infinitive

ikzal zetten
jij / jezult zetten
hij / zij / hetzal zetten
wij / wezullen zetten
julliezullen zetten
zij / zezullen zetten

Conditional

zouden + infinitive

ikzou zetten
jij / jezou zetten
hij / zij / hetzou zetten
wij / wezouden zetten
julliezouden zetten
zij / zezouden zetten

Imperative

Commands

jijzet

zetten in sentences

  • Hij zette de doos op tafel.He put the box on the table.
  • Ik zet zo een pot thee.I'll prepare a pot of tea in a bit.
  • Het eerste wat ik 's ochtends doe is een kop koffie zetten.The first thing I do in the morning is prepare a cup of coffee.

Examples from Wiktionary.

Questions about zetten

How do you conjugate zetten in the present tense?

ik zet, jij / je zet, hij / zij / het zet, wij / we zetten, jullie zetten, zij / ze zetten.

What is the past participle of zetten?

gezet.

Does zetten take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb gezet.

How do you say "I set" in Dutch?

Ik zet.

What is the simple past of zetten?

ik zette, wij zetten.

More Dutch verbs

All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. zetten on Wiktionary · Audio: 16Word.

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.