laten

Dutch verb conjugation — to leave · /ˈlaːtə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
gelaten
Level
A1

In short: ik laat, jij laat, hij laat, wij laten, jullie laten, zij laten — and in the past, ik heb gelaten.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

iklaat
jij / jelaat
hij / zij / hetlaat
wij / welaten
jullielaten
zij / zelaten

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb gelaten
jij / jehebt gelaten
hij / zij / hetheeft gelaten
wij / wehebben gelaten
julliehebben gelaten
zij / zehebben gelaten

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikliet
jij / jeliet
hij / zij / hetliet
wij / welieten
jullielieten
zij / zelieten

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad gelaten
jij / jehad gelaten
hij / zij / hethad gelaten
wij / wehadden gelaten
julliehadden gelaten
zij / zehadden gelaten

Future

zullen + infinitive

ikzal laten
jij / jezult laten
hij / zij / hetzal laten
wij / wezullen laten
julliezullen laten
zij / zezullen laten

Conditional

zouden + infinitive

ikzou laten
jij / jezou laten
hij / zij / hetzou laten
wij / wezouden laten
julliezouden laten
zij / zezouden laten

Imperative

Commands

jijlaat

laten in sentences

  • Ze lieten het zo.They left it like that.
  • Laat dat daar maar liggen.Just leave it lying there.
  • Ze lieten hem gaan.They let him go.

Examples from Wiktionary.

Questions about laten

How do you conjugate laten in the present tense?

ik laat, jij / je laat, hij / zij / het laat, wij / we laten, jullie laten, zij / ze laten.

What is the past participle of laten?

gelaten.

Does laten take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb gelaten.

How do you say "I leave" in Dutch?

Ik laat.

What is the simple past of laten?

ik liet, wij lieten.

More Dutch verbs

All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. laten on Wiktionary · Audio: 16Word.

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.