inpakken
Dutch verb conjugation — to pack up · /ˈɪn.pɑ.kə(n)/
In short: ik pak in, jij pakt in, hij pakt in, wij pakken in, jullie pakken in, zij pakken in — and in the past, ik heb ingepakt.
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd
| ik | pak in |
| jij / je | pakt in |
| hij / zij / het | pakt in |
| wij / we | pakken in |
| jullie | pakken in |
| zij / ze | pakken in |
Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past
| ik | heb ingepakt |
| jij / je | hebt ingepakt |
| hij / zij / het | heeft ingepakt |
| wij / we | hebben ingepakt |
| jullie | hebben ingepakt |
| zij / ze | hebben ingepakt |
Simple past
Onvoltooid verleden tijd
| ik | pakte in |
| jij / je | pakte in |
| hij / zij / het | pakte in |
| wij / we | pakten in |
| jullie | pakten in |
| zij / ze | pakten in |
Past perfect
Voltooid verleden tijd
| ik | had ingepakt |
| jij / je | had ingepakt |
| hij / zij / het | had ingepakt |
| wij / we | hadden ingepakt |
| jullie | hadden ingepakt |
| zij / ze | hadden ingepakt |
Future
zullen + infinitive
| ik | zal inpakken |
| jij / je | zult inpakken |
| hij / zij / het | zal inpakken |
| wij / we | zullen inpakken |
| jullie | zullen inpakken |
| zij / ze | zullen inpakken |
Conditional
zouden + infinitive
| ik | zou inpakken |
| jij / je | zou inpakken |
| hij / zij / het | zou inpakken |
| wij / we | zouden inpakken |
| jullie | zouden inpakken |
| zij / ze | zouden inpakken |
Imperative
Commands
| jij | pak in |
Questions about inpakken
How do you conjugate inpakken in the present tense?
ik pak in, jij / je pakt in, hij / zij / het pakt in, wij / we pakken in, jullie pakken in, zij / ze pakken in.
What is the past participle of inpakken?
ingepakt.
Does inpakken take hebben or zijn in the perfect?
hebben: ik heb ingepakt.
How do you say "I pack up" in Dutch?
Ik pak in.
What is the simple past of inpakken?
ik pakte in, wij pakten in.
More Dutch verbs
All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained
Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. inpakken on Wiktionary · Audio: 16Word.
Make the verbs stick
16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.