excuseren

Dutch verb conjugation — to excuse · /ˌɛks.kyˈzeː.rə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
geëxcuseerd
Level
A2

In short: ik excuseer, jij excuseert, hij excuseert, wij excuseren, jullie excuseren, zij excuseren — and in the past, ik heb geëxcuseerd.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikexcuseer
jij / jeexcuseert
hij / zij / hetexcuseert
wij / weexcuseren
jullieexcuseren
zij / zeexcuseren

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb geëxcuseerd
jij / jehebt geëxcuseerd
hij / zij / hetheeft geëxcuseerd
wij / wehebben geëxcuseerd
julliehebben geëxcuseerd
zij / zehebben geëxcuseerd

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikexcuseerde
jij / jeexcuseerde
hij / zij / hetexcuseerde
wij / weexcuseerden
jullieexcuseerden
zij / zeexcuseerden

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad geëxcuseerd
jij / jehad geëxcuseerd
hij / zij / hethad geëxcuseerd
wij / wehadden geëxcuseerd
julliehadden geëxcuseerd
zij / zehadden geëxcuseerd

Future

zullen + infinitive

ikzal excuseren
jij / jezult excuseren
hij / zij / hetzal excuseren
wij / wezullen excuseren
julliezullen excuseren
zij / zezullen excuseren

Conditional

zouden + infinitive

ikzou excuseren
jij / jezou excuseren
hij / zij / hetzou excuseren
wij / wezouden excuseren
julliezouden excuseren
zij / zezouden excuseren

Imperative

Commands

jijexcuseer

Questions about excuseren

How do you conjugate excuseren in the present tense?

ik excuseer, jij / je excuseert, hij / zij / het excuseert, wij / we excuseren, jullie excuseren, zij / ze excuseren.

What is the past participle of excuseren?

geëxcuseerd.

Does excuseren take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb geëxcuseerd.

How do you say "I excuse" in Dutch?

Ik excuseer.

What is the simple past of excuseren?

ik excuseerde, wij excuseerden.

More Dutch verbs

All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. excuseren on Wiktionary · Audio: 16Word.

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.