baseren
Dutch verb conjugation — to base (to have as its foundation or starting point) · /baːˈzeːrə(n)/
In short: ik baseer, jij baseert, hij baseert, wij baseren, jullie baseren, zij baseren — and in the past, ik heb gebaseerd.
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd
| ik | baseer |
| jij / je | baseert |
| hij / zij / het | baseert |
| wij / we | baseren |
| jullie | baseren |
| zij / ze | baseren |
Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past
| ik | heb gebaseerd |
| jij / je | hebt gebaseerd |
| hij / zij / het | heeft gebaseerd |
| wij / we | hebben gebaseerd |
| jullie | hebben gebaseerd |
| zij / ze | hebben gebaseerd |
Simple past
Onvoltooid verleden tijd
| ik | baseerde |
| jij / je | baseerde |
| hij / zij / het | baseerde |
| wij / we | baseerden |
| jullie | baseerden |
| zij / ze | baseerden |
Past perfect
Voltooid verleden tijd
| ik | had gebaseerd |
| jij / je | had gebaseerd |
| hij / zij / het | had gebaseerd |
| wij / we | hadden gebaseerd |
| jullie | hadden gebaseerd |
| zij / ze | hadden gebaseerd |
Future
zullen + infinitive
| ik | zal baseren |
| jij / je | zult baseren |
| hij / zij / het | zal baseren |
| wij / we | zullen baseren |
| jullie | zullen baseren |
| zij / ze | zullen baseren |
Conditional
zouden + infinitive
| ik | zou baseren |
| jij / je | zou baseren |
| hij / zij / het | zou baseren |
| wij / we | zouden baseren |
| jullie | zouden baseren |
| zij / ze | zouden baseren |
Imperative
Commands
| jij | baseer |
Questions about baseren
How do you conjugate baseren in the present tense?
ik baseer, jij / je baseert, hij / zij / het baseert, wij / we baseren, jullie baseren, zij / ze baseren.
What is the past participle of baseren?
gebaseerd.
Does baseren take hebben or zijn in the perfect?
hebben: ik heb gebaseerd.
What is the simple past of baseren?
ik baseerde, wij baseerden.
More Dutch verbs
All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained
Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. baseren on Wiktionary · Audio: 16Word.
Make the verbs stick
16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.