vragen

Dutch verb conjugation — to ask (a question) · /ˈvraːɣə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
gevraagd
Level
A1

In short: ik vraag, jij vraagt, hij vraagt, wij vragen, jullie vragen, zij vragen — and in the past, ik heb gevraagd.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikvraag
jij / jevraagt
hij / zij / hetvraagt
wij / wevragen
jullievragen
zij / zevragen

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb gevraagd
jij / jehebt gevraagd
hij / zij / hetheeft gevraagd
wij / wehebben gevraagd
julliehebben gevraagd
zij / zehebben gevraagd

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikvroeg
jij / jevroeg
hij / zij / hetvroeg
wij / wevroegen
jullievroegen
zij / zevroegen

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad gevraagd
jij / jehad gevraagd
hij / zij / hethad gevraagd
wij / wehadden gevraagd
julliehadden gevraagd
zij / zehadden gevraagd

Future

zullen + infinitive

ikzal vragen
jij / jezult vragen
hij / zij / hetzal vragen
wij / wezullen vragen
julliezullen vragen
zij / zezullen vragen

Conditional

zouden + infinitive

ikzou vragen
jij / jezou vragen
hij / zij / hetzou vragen
wij / wezouden vragen
julliezouden vragen
zij / zezouden vragen

Imperative

Commands

jijvraag

vragen in sentences

  • Mag ik u iets vragen?May I ask you something?

Examples from Wiktionary.

Questions about vragen

How do you conjugate vragen in the present tense?

ik vraag, jij / je vraagt, hij / zij / het vraagt, wij / we vragen, jullie vragen, zij / ze vragen.

What is the past participle of vragen?

gevraagd.

Does vragen take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb gevraagd.

What is the simple past of vragen?

ik vroeg, wij vroegen.

More Dutch verbs

All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. vragen on Wiktionary · Audio: 16Word.

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.