bewegen

Dutch verb conjugation — to move · /bəˈʋeːɣə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
bewogen
Level
A1

In short: ik beweeg, jij beweegt, hij beweegt, wij bewegen, jullie bewegen, zij bewegen — and in the past, ik heb bewogen.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikbeweeg
jij / jebeweegt
hij / zij / hetbeweegt
wij / webewegen
julliebewegen
zij / zebewegen

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb bewogen
jij / jehebt bewogen
hij / zij / hetheeft bewogen
wij / wehebben bewogen
julliehebben bewogen
zij / zehebben bewogen

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikbewoog
jij / jebewoog
hij / zij / hetbewoog
wij / webewogen
julliebewogen
zij / zebewogen

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad bewogen
jij / jehad bewogen
hij / zij / hethad bewogen
wij / wehadden bewogen
julliehadden bewogen
zij / zehadden bewogen

Future

zullen + infinitive

ikzal bewegen
jij / jezult bewegen
hij / zij / hetzal bewegen
wij / wezullen bewegen
julliezullen bewegen
zij / zezullen bewegen

Conditional

zouden + infinitive

ikzou bewegen
jij / jezou bewegen
hij / zij / hetzou bewegen
wij / wezouden bewegen
julliezouden bewegen
zij / zezouden bewegen

Imperative

Commands

jijbeweeg

bewegen in sentences

  • Mijn benen bewegen.My legs move.
  • Slakken bewegen zich maar langzaam.Snails move rather slowly.
  • Ik kan mijn benen niet bewegen.I can't move my legs.

Examples from Wiktionary.

Questions about bewegen

How do you conjugate bewegen in the present tense?

ik beweeg, jij / je beweegt, hij / zij / het beweegt, wij / we bewegen, jullie bewegen, zij / ze bewegen.

What is the past participle of bewegen?

bewogen.

Does bewegen take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb bewogen.

How do you say "I move" in Dutch?

Ik beweeg.

What is the simple past of bewegen?

ik bewoog, wij bewogen.

More Dutch verbs

All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. bewegen on Wiktionary · Audio: 16Word.

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.