vrijlaten
Dutch verb conjugation — to release · /ˈvrɛi̯ˌlaː.tə(n)/
In short: ik laat vrij, jij laat vrij, hij laat vrij, wij laten vrij, jullie laten vrij, zij laten vrij — and in the past, ik heb vrijgelaten.
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd
| ik | laat vrij |
| jij / je | laat vrij |
| hij / zij / het | laat vrij |
| wij / we | laten vrij |
| jullie | laten vrij |
| zij / ze | laten vrij |
Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past
| ik | heb vrijgelaten |
| jij / je | hebt vrijgelaten |
| hij / zij / het | heeft vrijgelaten |
| wij / we | hebben vrijgelaten |
| jullie | hebben vrijgelaten |
| zij / ze | hebben vrijgelaten |
Simple past
Onvoltooid verleden tijd
| ik | liet vrij |
| jij / je | liet vrij |
| hij / zij / het | liet vrij |
| wij / we | lieten vrij |
| jullie | lieten vrij |
| zij / ze | lieten vrij |
Past perfect
Voltooid verleden tijd
| ik | had vrijgelaten |
| jij / je | had vrijgelaten |
| hij / zij / het | had vrijgelaten |
| wij / we | hadden vrijgelaten |
| jullie | hadden vrijgelaten |
| zij / ze | hadden vrijgelaten |
Future
zullen + infinitive
| ik | zal vrijlaten |
| jij / je | zult vrijlaten |
| hij / zij / het | zal vrijlaten |
| wij / we | zullen vrijlaten |
| jullie | zullen vrijlaten |
| zij / ze | zullen vrijlaten |
Conditional
zouden + infinitive
| ik | zou vrijlaten |
| jij / je | zou vrijlaten |
| hij / zij / het | zou vrijlaten |
| wij / we | zouden vrijlaten |
| jullie | zouden vrijlaten |
| zij / ze | zouden vrijlaten |
Imperative
Commands
| jij | laat vrij |
vrijlaten in sentences
- De gevangenen werden na hun straf vrijgelaten.The prisoners were released after their sentence.
- De politie heeft de verdachte wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten.The police released the suspect due to lack of evidence.
- De dieren werden in het wild vrijgelaten nadat ze waren verzorgd.The animals were released into the wild after being taken care of.
Examples from Wiktionary.
Questions about vrijlaten
How do you conjugate vrijlaten in the present tense?
ik laat vrij, jij / je laat vrij, hij / zij / het laat vrij, wij / we laten vrij, jullie laten vrij, zij / ze laten vrij.
What is the past participle of vrijlaten?
vrijgelaten.
Does vrijlaten take hebben or zijn in the perfect?
hebben: ik heb vrijgelaten.
How do you say "I release" in Dutch?
Ik laat vrij.
What is the simple past of vrijlaten?
ik liet vrij, wij lieten vrij.
More Dutch verbs
All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained
Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. vrijlaten on Wiktionary · Audio: 16Word.
Make the verbs stick
16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.