regelen
Dutch verb conjugation — to regulate · /ˈreː.ɣə.lə(n)/
In short: ik regel, jij regelt, hij regelt, wij regelen, jullie regelen, zij regelen — and in the past, ik heb geregeld.
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd
| ik | regel |
| jij / je | regelt |
| hij / zij / het | regelt |
| wij / we | regelen |
| jullie | regelen |
| zij / ze | regelen |
Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past
| ik | heb geregeld |
| jij / je | hebt geregeld |
| hij / zij / het | heeft geregeld |
| wij / we | hebben geregeld |
| jullie | hebben geregeld |
| zij / ze | hebben geregeld |
Simple past
Onvoltooid verleden tijd
| ik | regelde |
| jij / je | regelde |
| hij / zij / het | regelde |
| wij / we | regelden |
| jullie | regelden |
| zij / ze | regelden |
Past perfect
Voltooid verleden tijd
| ik | had geregeld |
| jij / je | had geregeld |
| hij / zij / het | had geregeld |
| wij / we | hadden geregeld |
| jullie | hadden geregeld |
| zij / ze | hadden geregeld |
Future
zullen + infinitive
| ik | zal regelen |
| jij / je | zult regelen |
| hij / zij / het | zal regelen |
| wij / we | zullen regelen |
| jullie | zullen regelen |
| zij / ze | zullen regelen |
Conditional
zouden + infinitive
| ik | zou regelen |
| jij / je | zou regelen |
| hij / zij / het | zou regelen |
| wij / we | zouden regelen |
| jullie | zouden regelen |
| zij / ze | zouden regelen |
Imperative
Commands
| jij | regel |
regelen in sentences
- De overheid moet strengere wetten en voorschriften regelen om de vervuiling te verminderen.The government needs to regulate stricter laws and regulations to reduce pollution.
- Het bedrijf moet de productieprocessen nauwkeurig regelen om de kwaliteit van de producten te waarborgen.The company needs to control the production processes carefully to ensure the quality of the products.
- Ik zal de vergadering regelen en ervoor zorgen dat alle relevante personen aanwezig zijn.I will arrange the meeting and ensure that all relevant individuals are present.
Examples from Wiktionary.
Questions about regelen
How do you conjugate regelen in the present tense?
ik regel, jij / je regelt, hij / zij / het regelt, wij / we regelen, jullie regelen, zij / ze regelen.
What is the past participle of regelen?
geregeld.
Does regelen take hebben or zijn in the perfect?
hebben: ik heb geregeld.
How do you say "I regulate" in Dutch?
Ik regel.
What is the simple past of regelen?
ik regelde, wij regelden.
More Dutch verbs
All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained
Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. regelen on Wiktionary · Audio: 16Word.
Make the verbs stick
16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.