buigen

Dutch verb conjugation — to bend · /ˈbœy̯ɣə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
gebogen
Level
A2

In short: ik buig, jij buigt, hij buigt, wij buigen, jullie buigen, zij buigen — and in the past, ik heb gebogen.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikbuig
jij / jebuigt
hij / zij / hetbuigt
wij / webuigen
julliebuigen
zij / zebuigen

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb gebogen
jij / jehebt gebogen
hij / zij / hetheeft gebogen
wij / wehebben gebogen
julliehebben gebogen
zij / zehebben gebogen

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikboog
jij / jeboog
hij / zij / hetboog
wij / webogen
julliebogen
zij / zebogen

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad gebogen
jij / jehad gebogen
hij / zij / hethad gebogen
wij / wehadden gebogen
julliehadden gebogen
zij / zehadden gebogen

Future

zullen + infinitive

ikzal buigen
jij / jezult buigen
hij / zij / hetzal buigen
wij / wezullen buigen
julliezullen buigen
zij / zezullen buigen

Conditional

zouden + infinitive

ikzou buigen
jij / jezou buigen
hij / zij / hetzou buigen
wij / wezouden buigen
julliezouden buigen
zij / zezouden buigen

Imperative

Commands

jijbuig

buigen in sentences

  • Hij boog zich weer naar voren.He leaned forward again.

Examples from Wiktionary.

Questions about buigen

How do you conjugate buigen in the present tense?

ik buig, jij / je buigt, hij / zij / het buigt, wij / we buigen, jullie buigen, zij / ze buigen.

What is the past participle of buigen?

gebogen.

Does buigen take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb gebogen.

How do you say "I bend" in Dutch?

Ik buig.

What is the simple past of buigen?

ik boog, wij bogen.

More Dutch verbs

All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. buigen on Wiktionary · Audio: 16Word.

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.