offeren

Dutch verb conjugation — to sacrifice · /ˈɔ.fə.rə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
geofferd
Level
A2

In short: ik offer, jij offert, hij offert, wij offeren, jullie offeren, zij offeren — and in the past, ik heb geofferd.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikoffer
jij / jeoffert
hij / zij / hetoffert
wij / weofferen
jullieofferen
zij / zeofferen

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb geofferd
jij / jehebt geofferd
hij / zij / hetheeft geofferd
wij / wehebben geofferd
julliehebben geofferd
zij / zehebben geofferd

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikofferde
jij / jeofferde
hij / zij / hetofferde
wij / weofferden
jullieofferden
zij / zeofferden

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad geofferd
jij / jehad geofferd
hij / zij / hethad geofferd
wij / wehadden geofferd
julliehadden geofferd
zij / zehadden geofferd

Future

zullen + infinitive

ikzal offeren
jij / jezult offeren
hij / zij / hetzal offeren
wij / wezullen offeren
julliezullen offeren
zij / zezullen offeren

Conditional

zouden + infinitive

ikzou offeren
jij / jezou offeren
hij / zij / hetzou offeren
wij / wezouden offeren
julliezouden offeren
zij / zezouden offeren

Imperative

Commands

jijoffer

Questions about offeren

How do you conjugate offeren in the present tense?

ik offer, jij / je offert, hij / zij / het offert, wij / we offeren, jullie offeren, zij / ze offeren.

What is the past participle of offeren?

geofferd.

Does offeren take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb geofferd.

How do you say "I sacrifice" in Dutch?

Ik offer.

What is the simple past of offeren?

ik offerde, wij offerden.

More Dutch verbs

All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. offeren on Wiktionary · Audio: 16Word.

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.