riskeren
Dutch verb conjugation — to risk · /ˌrɪsˈkeː.rə(n)/
In short: ik riskeer, jij riskeert, hij riskeert, wij riskeren, jullie riskeren, zij riskeren — and in the past, ik heb geriskeerd.
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd
| ik | riskeer |
| jij / je | riskeert |
| hij / zij / het | riskeert |
| wij / we | riskeren |
| jullie | riskeren |
| zij / ze | riskeren |
Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past
| ik | heb geriskeerd |
| jij / je | hebt geriskeerd |
| hij / zij / het | heeft geriskeerd |
| wij / we | hebben geriskeerd |
| jullie | hebben geriskeerd |
| zij / ze | hebben geriskeerd |
Simple past
Onvoltooid verleden tijd
| ik | riskeerde |
| jij / je | riskeerde |
| hij / zij / het | riskeerde |
| wij / we | riskeerden |
| jullie | riskeerden |
| zij / ze | riskeerden |
Past perfect
Voltooid verleden tijd
| ik | had geriskeerd |
| jij / je | had geriskeerd |
| hij / zij / het | had geriskeerd |
| wij / we | hadden geriskeerd |
| jullie | hadden geriskeerd |
| zij / ze | hadden geriskeerd |
Future
zullen + infinitive
| ik | zal riskeren |
| jij / je | zult riskeren |
| hij / zij / het | zal riskeren |
| wij / we | zullen riskeren |
| jullie | zullen riskeren |
| zij / ze | zullen riskeren |
Conditional
zouden + infinitive
| ik | zou riskeren |
| jij / je | zou riskeren |
| hij / zij / het | zou riskeren |
| wij / we | zouden riskeren |
| jullie | zouden riskeren |
| zij / ze | zouden riskeren |
Imperative
Commands
| jij | riskeer |
Questions about riskeren
How do you conjugate riskeren in the present tense?
ik riskeer, jij / je riskeert, hij / zij / het riskeert, wij / we riskeren, jullie riskeren, zij / ze riskeren.
What is the past participle of riskeren?
geriskeerd.
Does riskeren take hebben or zijn in the perfect?
hebben: ik heb geriskeerd.
How do you say "I risk" in Dutch?
Ik riskeer.
What is the simple past of riskeren?
ik riskeerde, wij riskeerden.
More Dutch verbs
All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained
Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. riskeren on Wiktionary · Audio: 16Word.
Make the verbs stick
16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.