leiden

Dutch verb conjugation — to lead · /ˈlɛi̯də(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
geleid
Level
A1

In short: ik leid, jij leidt, hij leidt, wij leiden, jullie leiden, zij leiden — and in the past, ik heb geleid.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikleid
jij / jeleidt
hij / zij / hetleidt
wij / weleiden
jullieleiden
zij / zeleiden

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb geleid
jij / jehebt geleid
hij / zij / hetheeft geleid
wij / wehebben geleid
julliehebben geleid
zij / zehebben geleid

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikleidde
jij / jeleidde
hij / zij / hetleidde
wij / weleidden
jullieleidden
zij / zeleidden

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad geleid
jij / jehad geleid
hij / zij / hethad geleid
wij / wehadden geleid
julliehadden geleid
zij / zehadden geleid

Future

zullen + infinitive

ikzal leiden
jij / jezult leiden
hij / zij / hetzal leiden
wij / wezullen leiden
julliezullen leiden
zij / zezullen leiden

Conditional

zouden + infinitive

ikzou leiden
jij / jezou leiden
hij / zij / hetzou leiden
wij / wezouden leiden
julliezouden leiden
zij / zezouden leiden

Imperative

Commands

jijleid

leiden in sentences

  • Alle wegen leiden naar Rome.All roads lead to Rome.

Examples from Wiktionary.

Questions about leiden

How do you conjugate leiden in the present tense?

ik leid, jij / je leidt, hij / zij / het leidt, wij / we leiden, jullie leiden, zij / ze leiden.

What is the past participle of leiden?

geleid.

Does leiden take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb geleid.

How do you say "I lead" in Dutch?

Ik leid.

What is the simple past of leiden?

ik leidde, wij leidden.

More Dutch verbs

All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. leiden on Wiktionary · Audio: 16Word.

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.