terugkeren

Dutch verb conjugation — to return · /təˈrʏxˌkeː.rə(n)/

Auxiliary
zijn
Past participle
teruggekeerd
Level
A1

In short: ik keer terug, jij keert terug, hij keert terug, wij keren terug, jullie keren terug, zij keren terug — and in the past, ik ben teruggekeerd.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikkeer terug
jij / jekeert terug
hij / zij / hetkeert terug
wij / wekeren terug
julliekeren terug
zij / zekeren terug

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikben teruggekeerd
jij / jebent teruggekeerd
hij / zij / hetis teruggekeerd
wij / wezijn teruggekeerd
julliezijn teruggekeerd
zij / zezijn teruggekeerd

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikkeerde terug
jij / jekeerde terug
hij / zij / hetkeerde terug
wij / wekeerden terug
julliekeerden terug
zij / zekeerden terug

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikwas teruggekeerd
jij / jewas teruggekeerd
hij / zij / hetwas teruggekeerd
wij / wewaren teruggekeerd
julliewaren teruggekeerd
zij / zewaren teruggekeerd

Future

zullen + infinitive

ikzal terugkeren
jij / jezult terugkeren
hij / zij / hetzal terugkeren
wij / wezullen terugkeren
julliezullen terugkeren
zij / zezullen terugkeren

Conditional

zouden + infinitive

ikzou terugkeren
jij / jezou terugkeren
hij / zij / hetzou terugkeren
wij / wezouden terugkeren
julliezouden terugkeren
zij / zezouden terugkeren

Imperative

Commands

jijkeer terug

Questions about terugkeren

How do you conjugate terugkeren in the present tense?

ik keer terug, jij / je keert terug, hij / zij / het keert terug, wij / we keren terug, jullie keren terug, zij / ze keren terug.

What is the past participle of terugkeren?

teruggekeerd.

Does terugkeren take hebben or zijn in the perfect?

zijn: ik ben teruggekeerd.

How do you say "I return" in Dutch?

Ik keer terug.

What is the simple past of terugkeren?

ik keerde terug, wij keerden terug.

More Dutch verbs

All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. terugkeren on Wiktionary · Audio: 16Word.

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.