vloeken
Dutch verb conjugation — to curse · /ˈvlu.kə(n)/
In short: ik vloek, jij vloekt, hij vloekt, wij vloeken, jullie vloeken, zij vloeken — and in the past, ik heb gevloekt.
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd
| ik | vloek |
| jij / je | vloekt |
| hij / zij / het | vloekt |
| wij / we | vloeken |
| jullie | vloeken |
| zij / ze | vloeken |
Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past
| ik | heb gevloekt |
| jij / je | hebt gevloekt |
| hij / zij / het | heeft gevloekt |
| wij / we | hebben gevloekt |
| jullie | hebben gevloekt |
| zij / ze | hebben gevloekt |
Simple past
Onvoltooid verleden tijd
| ik | vloekte |
| jij / je | vloekte |
| hij / zij / het | vloekte |
| wij / we | vloekten |
| jullie | vloekten |
| zij / ze | vloekten |
Past perfect
Voltooid verleden tijd
| ik | had gevloekt |
| jij / je | had gevloekt |
| hij / zij / het | had gevloekt |
| wij / we | hadden gevloekt |
| jullie | hadden gevloekt |
| zij / ze | hadden gevloekt |
Future
zullen + infinitive
| ik | zal vloeken |
| jij / je | zult vloeken |
| hij / zij / het | zal vloeken |
| wij / we | zullen vloeken |
| jullie | zullen vloeken |
| zij / ze | zullen vloeken |
Conditional
zouden + infinitive
| ik | zou vloeken |
| jij / je | zou vloeken |
| hij / zij / het | zou vloeken |
| wij / we | zouden vloeken |
| jullie | zouden vloeken |
| zij / ze | zouden vloeken |
Imperative
Commands
| jij | vloek |
Questions about vloeken
How do you conjugate vloeken in the present tense?
ik vloek, jij / je vloekt, hij / zij / het vloekt, wij / we vloeken, jullie vloeken, zij / ze vloeken.
What is the past participle of vloeken?
gevloekt.
Does vloeken take hebben or zijn in the perfect?
hebben: ik heb gevloekt.
How do you say "I curse" in Dutch?
Ik vloek.
What is the simple past of vloeken?
ik vloekte, wij vloekten.
More Dutch verbs
All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained
Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. vloeken on Wiktionary · Audio: 16Word.
Make the verbs stick
16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.