slapen
Dutch verb conjugation — to sleep · /ˈslaː.pə(n)/
In short: ik slaap, jij slaapt, hij slaapt, wij slapen, jullie slapen, zij slapen — and in the past, ik heb geslapen.
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd
| ik | slaap |
| jij / je | slaapt |
| hij / zij / het | slaapt |
| wij / we | slapen |
| jullie | slapen |
| zij / ze | slapen |
Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past
| ik | heb geslapen |
| jij / je | hebt geslapen |
| hij / zij / het | heeft geslapen |
| wij / we | hebben geslapen |
| jullie | hebben geslapen |
| zij / ze | hebben geslapen |
Simple past
Onvoltooid verleden tijd
| ik | sliep |
| jij / je | sliep |
| hij / zij / het | sliep |
| wij / we | sliepen |
| jullie | sliepen |
| zij / ze | sliepen |
Past perfect
Voltooid verleden tijd
| ik | had geslapen |
| jij / je | had geslapen |
| hij / zij / het | had geslapen |
| wij / we | hadden geslapen |
| jullie | hadden geslapen |
| zij / ze | hadden geslapen |
Future
zullen + infinitive
| ik | zal slapen |
| jij / je | zult slapen |
| hij / zij / het | zal slapen |
| wij / we | zullen slapen |
| jullie | zullen slapen |
| zij / ze | zullen slapen |
Conditional
zouden + infinitive
| ik | zou slapen |
| jij / je | zou slapen |
| hij / zij / het | zou slapen |
| wij / we | zouden slapen |
| jullie | zouden slapen |
| zij / ze | zouden slapen |
Imperative
Commands
| jij | slaap |
Questions about slapen
How do you conjugate slapen in the present tense?
ik slaap, jij / je slaapt, hij / zij / het slaapt, wij / we slapen, jullie slapen, zij / ze slapen.
What is the past participle of slapen?
geslapen.
Does slapen take hebben or zijn in the perfect?
hebben: ik heb geslapen.
How do you say "I sleep" in Dutch?
Ik slaap.
What is the simple past of slapen?
ik sliep, wij sliepen.
More Dutch verbs
All 212 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained
Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. slapen on Wiktionary · Recording of slapen: Marcel coenders, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons (MP3 version).
Make the verbs stick
16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.