verkopen
Dutch verb conjugation — to sell · /vərˈkoːpə(n)/
In short: ik verkoop, jij verkoopt, hij verkoopt, wij verkopen, jullie verkopen, zij verkopen — and in the past, ik heb verkocht.
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd
| ik | verkoop |
| jij / je | verkoopt |
| hij / zij / het | verkoopt |
| wij / we | verkopen |
| jullie | verkopen |
| zij / ze | verkopen |
Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past
| ik | heb verkocht |
| jij / je | hebt verkocht |
| hij / zij / het | heeft verkocht |
| wij / we | hebben verkocht |
| jullie | hebben verkocht |
| zij / ze | hebben verkocht |
Simple past
Onvoltooid verleden tijd
| ik | verkocht |
| jij / je | verkocht |
| hij / zij / het | verkocht |
| wij / we | verkochten |
| jullie | verkochten |
| zij / ze | verkochten |
Past perfect
Voltooid verleden tijd
| ik | had verkocht |
| jij / je | had verkocht |
| hij / zij / het | had verkocht |
| wij / we | hadden verkocht |
| jullie | hadden verkocht |
| zij / ze | hadden verkocht |
Future
zullen + infinitive
| ik | zal verkopen |
| jij / je | zult verkopen |
| hij / zij / het | zal verkopen |
| wij / we | zullen verkopen |
| jullie | zullen verkopen |
| zij / ze | zullen verkopen |
Conditional
zouden + infinitive
| ik | zou verkopen |
| jij / je | zou verkopen |
| hij / zij / het | zou verkopen |
| wij / we | zouden verkopen |
| jullie | zouden verkopen |
| zij / ze | zouden verkopen |
Imperative
Commands
| jij | verkoop |
verkopen in sentences
- Ik ga mijn oude fiets verkopen omdat ik een nieuwe wil.I am going to sell my old bike because I want a new one.
- Ze hebben hun huis snel en voor een goede prijs verkocht.They sold their house quickly and for a good price.
- De winkeliers besloten om hun voorraad met korting te verkopen om plaats te maken voor nieuwe producten.The shopkeepers decided to sell their stock at a discount to make room for new products.
Examples from Wiktionary.
Questions about verkopen
How do you conjugate verkopen in the present tense?
ik verkoop, jij / je verkoopt, hij / zij / het verkoopt, wij / we verkopen, jullie verkopen, zij / ze verkopen.
What is the past participle of verkopen?
verkocht.
Does verkopen take hebben or zijn in the perfect?
hebben: ik heb verkocht.
How do you say "I sell" in Dutch?
Ik verkoop.
What is the simple past of verkopen?
ik verkocht, wij verkochten.
More Dutch verbs
All 212 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained
Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. verkopen on Wiktionary · Recording of verkopen: GerardM, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons (MP3 version).
Make the verbs stick
16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.