trouwen
Dutch verb conjugation — to marry · /ˈtrɑu̯.ə(n)/
In short: ik trouw, jij trouwt, hij trouwt, wij trouwen, jullie trouwen, zij trouwen — and in the past, ik heb getrouwd.
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd
| ik | trouw |
| jij / je | trouwt |
| hij / zij / het | trouwt |
| wij / we | trouwen |
| jullie | trouwen |
| zij / ze | trouwen |
Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past
| ik | heb getrouwd |
| jij / je | hebt getrouwd |
| hij / zij / het | heeft getrouwd |
| wij / we | hebben getrouwd |
| jullie | hebben getrouwd |
| zij / ze | hebben getrouwd |
Simple past
Onvoltooid verleden tijd
| ik | trouwde |
| jij / je | trouwde |
| hij / zij / het | trouwde |
| wij / we | trouwden |
| jullie | trouwden |
| zij / ze | trouwden |
Past perfect
Voltooid verleden tijd
| ik | had getrouwd |
| jij / je | had getrouwd |
| hij / zij / het | had getrouwd |
| wij / we | hadden getrouwd |
| jullie | hadden getrouwd |
| zij / ze | hadden getrouwd |
Future
zullen + infinitive
| ik | zal trouwen |
| jij / je | zult trouwen |
| hij / zij / het | zal trouwen |
| wij / we | zullen trouwen |
| jullie | zullen trouwen |
| zij / ze | zullen trouwen |
Conditional
zouden + infinitive
| ik | zou trouwen |
| jij / je | zou trouwen |
| hij / zij / het | zou trouwen |
| wij / we | zouden trouwen |
| jullie | zouden trouwen |
| zij / ze | zouden trouwen |
Imperative
Commands
| jij | trouw |
trouwen in sentences
- Ze zijn gisteren getrouwd.They married yesterday.
- Wil je met me trouwen?Will you marry me?
Examples from Wiktionary.
Questions about trouwen
How do you conjugate trouwen in the present tense?
ik trouw, jij / je trouwt, hij / zij / het trouwt, wij / we trouwen, jullie trouwen, zij / ze trouwen.
What is the past participle of trouwen?
getrouwd.
Does trouwen take hebben or zijn in the perfect?
hebben: ik heb getrouwd.
How do you say "I marry" in Dutch?
Ik trouw.
What is the simple past of trouwen?
ik trouwde, wij trouwden.
More Dutch verbs
All 212 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained
Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. trouwen on Wiktionary · Recording of trouwen: GerardM, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons (MP3 version).
Make the verbs stick
16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.