gebruiken

Dutch verb conjugation — to use · /ɣəˈbrœy̯kə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
gebruikt
Level
A1

In short: ik gebruik, jij gebruikt, hij gebruikt, wij gebruiken, jullie gebruiken, zij gebruiken — and in the past, ik heb gebruikt.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikgebruik
jij / jegebruikt
hij / zij / hetgebruikt
wij / wegebruiken
julliegebruiken
zij / zegebruiken

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb gebruikt
jij / jehebt gebruikt
hij / zij / hetheeft gebruikt
wij / wehebben gebruikt
julliehebben gebruikt
zij / zehebben gebruikt

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikgebruikte
jij / jegebruikte
hij / zij / hetgebruikte
wij / wegebruikten
julliegebruikten
zij / zegebruikten

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad gebruikt
jij / jehad gebruikt
hij / zij / hethad gebruikt
wij / wehadden gebruikt
julliehadden gebruikt
zij / zehadden gebruikt

Future

zullen + infinitive

ikzal gebruiken
jij / jezult gebruiken
hij / zij / hetzal gebruiken
wij / wezullen gebruiken
julliezullen gebruiken
zij / zezullen gebruiken

Conditional

zouden + infinitive

ikzou gebruiken
jij / jezou gebruiken
hij / zij / hetzou gebruiken
wij / wezouden gebruiken
julliezouden gebruiken
zij / zezouden gebruiken

Imperative

Commands

jijgebruik

gebruiken in sentences

  • Ik gebruik mijn telefoon om berichten te versturen.I use my phone to send messages.
  • Hij gebruikt dagelijks veel water en voedsel.He consumes a lot of water and food daily.
  • We moeten zuinig zijn en niet te veel energie gebruiken.We need to be economical and not consume too much energy.

Examples from Wiktionary.

Questions about gebruiken

How do you conjugate gebruiken in the present tense?

ik gebruik, jij / je gebruikt, hij / zij / het gebruikt, wij / we gebruiken, jullie gebruiken, zij / ze gebruiken.

What is the past participle of gebruiken?

gebruikt.

Does gebruiken take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb gebruikt.

How do you say "I use" in Dutch?

Ik gebruik.

What is the simple past of gebruiken?

ik gebruikte, wij gebruikten.

More Dutch verbs

All 212 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. gebruiken on Wiktionary · Recording of gebruiken: GerardM, CC BY 2.5, via Wikimedia Commons (MP3 version).

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.