antwoorden
Dutch verb conjugation — to answer · /ˈɑntʋoːrdə(n)/
In short: ik antwoord, jij antwoordt, hij antwoordt, wij antwoorden, jullie antwoorden, zij antwoorden — and in the past, ik heb geantwoord.
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd
| ik | antwoord |
| jij / je | antwoordt |
| hij / zij / het | antwoordt |
| wij / we | antwoorden |
| jullie | antwoorden |
| zij / ze | antwoorden |
Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past
| ik | heb geantwoord |
| jij / je | hebt geantwoord |
| hij / zij / het | heeft geantwoord |
| wij / we | hebben geantwoord |
| jullie | hebben geantwoord |
| zij / ze | hebben geantwoord |
Simple past
Onvoltooid verleden tijd
| ik | antwoordde |
| jij / je | antwoordde |
| hij / zij / het | antwoordde |
| wij / we | antwoordden |
| jullie | antwoordden |
| zij / ze | antwoordden |
Past perfect
Voltooid verleden tijd
| ik | had geantwoord |
| jij / je | had geantwoord |
| hij / zij / het | had geantwoord |
| wij / we | hadden geantwoord |
| jullie | hadden geantwoord |
| zij / ze | hadden geantwoord |
Future
zullen + infinitive
| ik | zal antwoorden |
| jij / je | zult antwoorden |
| hij / zij / het | zal antwoorden |
| wij / we | zullen antwoorden |
| jullie | zullen antwoorden |
| zij / ze | zullen antwoorden |
Conditional
zouden + infinitive
| ik | zou antwoorden |
| jij / je | zou antwoorden |
| hij / zij / het | zou antwoorden |
| wij / we | zouden antwoorden |
| jullie | zouden antwoorden |
| zij / ze | zouden antwoorden |
Imperative
Commands
| jij | antwoord |
antwoorden in sentences
- Hij heeft niet geantwoord.He has not answered.
Examples from Wiktionary.
Questions about antwoorden
How do you conjugate antwoorden in the present tense?
ik antwoord, jij / je antwoordt, hij / zij / het antwoordt, wij / we antwoorden, jullie antwoorden, zij / ze antwoorden.
What is the past participle of antwoorden?
geantwoord.
Does antwoorden take hebben or zijn in the perfect?
hebben: ik heb geantwoord.
How do you say "I answer" in Dutch?
Ik antwoord.
What is the simple past of antwoorden?
ik antwoordde, wij antwoordden.
More Dutch verbs
All 212 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained
Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. antwoorden on Wiktionary · Recording of antwoorden: GerardM, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons (MP3 version).
Make the verbs stick
16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.