zitten

Dutch verb conjugation — to sit · /ˈzɪtə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
gezeten
Level
C1

In short: ik zit, jij zit, hij zit, wij zitten, jullie zitten, zij zitten — and in the past, ik heb gezeten.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikzit
jij / jezit
hij / zij / hetzit
wij / wezitten
julliezitten
zij / zezitten

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb gezeten
jij / jehebt gezeten
hij / zij / hetheeft gezeten
wij / wehebben gezeten
julliehebben gezeten
zij / zehebben gezeten

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikzat
jij / jezat
hij / zij / hetzat
wij / wezaten
julliezaten
zij / zezaten

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad gezeten
jij / jehad gezeten
hij / zij / hethad gezeten
wij / wehadden gezeten
julliehadden gezeten
zij / zehadden gezeten

Future

zullen + infinitive

ikzal zitten
jij / jezult zitten
hij / zij / hetzal zitten
wij / wezullen zitten
julliezullen zitten
zij / zezullen zitten

Conditional

zouden + infinitive

ikzou zitten
jij / jezou zitten
hij / zij / hetzou zitten
wij / wezouden zitten
julliezouden zitten
zij / zezouden zitten

Imperative

Commands

jijzit

zitten in sentences

  • Ze zaten op de bank.They were sitting on the couch.
  • Zijn vinger zit tussen de deur.His finger is stuck in the door.
  • Ik zit in de trein.I am on the train.

Examples from Wiktionary.

Questions about zitten

How do you conjugate zitten in the present tense?

ik zit, jij / je zit, hij / zij / het zit, wij / we zitten, jullie zitten, zij / ze zitten.

What is the past participle of zitten?

gezeten.

Does zitten take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb gezeten.

How do you say "I sit" in Dutch?

Ik zit.

What is the simple past of zitten?

ik zat, wij zaten.

More Dutch verbs

All 212 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. zitten on Wiktionary · Recording of zitten: GerardM, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons (MP3 version).

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.