staan

Dutch verb conjugation — to stand · /staːn/

Auxiliary
hebben
Past participle
gestaan
Level
A1

In short: ik sta, jij staat, hij staat, wij staan, jullie staan, zij staan — and in the past, ik heb gestaan.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

iksta
jij / jestaat
hij / zij / hetstaat
wij / westaan
julliestaan
zij / zestaan

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb gestaan
jij / jehebt gestaan
hij / zij / hetheeft gestaan
wij / wehebben gestaan
julliehebben gestaan
zij / zehebben gestaan

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikstond
jij / jestond
hij / zij / hetstond
wij / westonden
julliestonden
zij / zestonden

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad gestaan
jij / jehad gestaan
hij / zij / hethad gestaan
wij / wehadden gestaan
julliehadden gestaan
zij / zehadden gestaan

Future

zullen + infinitive

ikzal staan
jij / jezult staan
hij / zij / hetzal staan
wij / wezullen staan
julliezullen staan
zij / zezullen staan

Conditional

zouden + infinitive

ikzou staan
jij / jezou staan
hij / zij / hetzou staan
wij / wezouden staan
julliezouden staan
zij / zezouden staan

Imperative

Commands

jijsta

staan in sentences

  • Dus ik stond gisteren in de supermarkt en toen...So I was standing in supermarket yesterday and then...
  • In Holland staat een huis.In Holland there is a house.
  • Wat sta jij daar te koken?What are you cooking there?

Examples from Wiktionary.

Questions about staan

How do you conjugate staan in the present tense?

ik sta, jij / je staat, hij / zij / het staat, wij / we staan, jullie staan, zij / ze staan.

What is the past participle of staan?

gestaan.

Does staan take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb gestaan.

How do you say "I stand" in Dutch?

Ik sta.

What is the simple past of staan?

ik stond, wij stonden.

More Dutch verbs

All 212 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. staan on Wiktionary · Recording of staan: Marcel coenders, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons (MP3 version).

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.