hopen
Dutch verb conjugation — to hope for · /ˈɦoː.pə(n)/
In short: ik hoop, jij hoopt, hij hoopt, wij hopen, jullie hopen, zij hopen — and in the past, ik heb gehoopt.
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd
| ik | hoop |
| jij / je | hoopt |
| hij / zij / het | hoopt |
| wij / we | hopen |
| jullie | hopen |
| zij / ze | hopen |
Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past
| ik | heb gehoopt |
| jij / je | hebt gehoopt |
| hij / zij / het | heeft gehoopt |
| wij / we | hebben gehoopt |
| jullie | hebben gehoopt |
| zij / ze | hebben gehoopt |
Simple past
Onvoltooid verleden tijd
| ik | hoopte |
| jij / je | hoopte |
| hij / zij / het | hoopte |
| wij / we | hoopten |
| jullie | hoopten |
| zij / ze | hoopten |
Past perfect
Voltooid verleden tijd
| ik | had gehoopt |
| jij / je | had gehoopt |
| hij / zij / het | had gehoopt |
| wij / we | hadden gehoopt |
| jullie | hadden gehoopt |
| zij / ze | hadden gehoopt |
Future
zullen + infinitive
| ik | zal hopen |
| jij / je | zult hopen |
| hij / zij / het | zal hopen |
| wij / we | zullen hopen |
| jullie | zullen hopen |
| zij / ze | zullen hopen |
Conditional
zouden + infinitive
| ik | zou hopen |
| jij / je | zou hopen |
| hij / zij / het | zou hopen |
| wij / we | zouden hopen |
| jullie | zouden hopen |
| zij / ze | zouden hopen |
Imperative
Commands
| jij | hoop |
hopen in sentences
- We hoopten op goed weer.We were hoping for good weather.
Examples from Wiktionary.
Questions about hopen
How do you conjugate hopen in the present tense?
ik hoop, jij / je hoopt, hij / zij / het hoopt, wij / we hopen, jullie hopen, zij / ze hopen.
What is the past participle of hopen?
gehoopt.
Does hopen take hebben or zijn in the perfect?
hebben: ik heb gehoopt.
How do you say "I hope for" in Dutch?
Ik hoop.
What is the simple past of hopen?
ik hoopte, wij hoopten.
More Dutch verbs
All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained
Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. hopen on Wiktionary · Audio: 16Word.
Make the verbs stick
16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.