dragen

Dutch verb conjugation — to carry · /ˈdraːɣə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
gedragen
Level
A2

In short: ik draag, jij draagt, hij draagt, wij dragen, jullie dragen, zij dragen — and in the past, ik heb gedragen.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikdraag
jij / jedraagt
hij / zij / hetdraagt
wij / wedragen
julliedragen
zij / zedragen

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb gedragen
jij / jehebt gedragen
hij / zij / hetheeft gedragen
wij / wehebben gedragen
julliehebben gedragen
zij / zehebben gedragen

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikdroeg
jij / jedroeg
hij / zij / hetdroeg
wij / wedroegen
julliedroegen
zij / zedroegen

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad gedragen
jij / jehad gedragen
hij / zij / hethad gedragen
wij / wehadden gedragen
julliehadden gedragen
zij / zehadden gedragen

Future

zullen + infinitive

ikzal dragen
jij / jezult dragen
hij / zij / hetzal dragen
wij / wezullen dragen
julliezullen dragen
zij / zezullen dragen

Conditional

zouden + infinitive

ikzou dragen
jij / jezou dragen
hij / zij / hetzou dragen
wij / wezouden dragen
julliezouden dragen
zij / zezouden dragen

Imperative

Commands

jijdraag

Questions about dragen

How do you conjugate dragen in the present tense?

ik draag, jij / je draagt, hij / zij / het draagt, wij / we dragen, jullie dragen, zij / ze dragen.

What is the past participle of dragen?

gedragen.

Does dragen take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb gedragen.

How do you say "I carry" in Dutch?

Ik draag.

What is the simple past of dragen?

ik droeg, wij droegen.

More Dutch verbs

All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. dragen on Wiktionary · Audio: 16Word.

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.