grijpen

Dutch verb conjugation — to grab · /ˈɣrɛi̯pə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
gegrepen
Level
A2

In short: ik grijp, jij grijpt, hij grijpt, wij grijpen, jullie grijpen, zij grijpen — and in the past, ik heb gegrepen.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikgrijp
jij / jegrijpt
hij / zij / hetgrijpt
wij / wegrijpen
julliegrijpen
zij / zegrijpen

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb gegrepen
jij / jehebt gegrepen
hij / zij / hetheeft gegrepen
wij / wehebben gegrepen
julliehebben gegrepen
zij / zehebben gegrepen

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikgreep
jij / jegreep
hij / zij / hetgreep
wij / wegrepen
julliegrepen
zij / zegrepen

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad gegrepen
jij / jehad gegrepen
hij / zij / hethad gegrepen
wij / wehadden gegrepen
julliehadden gegrepen
zij / zehadden gegrepen

Future

zullen + infinitive

ikzal grijpen
jij / jezult grijpen
hij / zij / hetzal grijpen
wij / wezullen grijpen
julliezullen grijpen
zij / zezullen grijpen

Conditional

zouden + infinitive

ikzou grijpen
jij / jezou grijpen
hij / zij / hetzou grijpen
wij / wezouden grijpen
julliezouden grijpen
zij / zezouden grijpen

Imperative

Commands

jijgrijp

Questions about grijpen

How do you conjugate grijpen in the present tense?

ik grijp, jij / je grijpt, hij / zij / het grijpt, wij / we grijpen, jullie grijpen, zij / ze grijpen.

What is the past participle of grijpen?

gegrepen.

Does grijpen take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb gegrepen.

How do you say "I grab" in Dutch?

Ik grijp.

What is the simple past of grijpen?

ik greep, wij grepen.

More Dutch verbs

All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. grijpen on Wiktionary · Audio: 16Word.

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.