groeien
Dutch verb conjugation — to grow physically · /ˈɣrui̯ə(n)/
In short: ik groei, jij groeit, hij groeit, wij groeien, jullie groeien, zij groeien — and in the past, ik ben gegroeid.
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd
| ik | groei |
| jij / je | groeit |
| hij / zij / het | groeit |
| wij / we | groeien |
| jullie | groeien |
| zij / ze | groeien |
Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past
| ik | ben gegroeid |
| jij / je | bent gegroeid |
| hij / zij / het | is gegroeid |
| wij / we | zijn gegroeid |
| jullie | zijn gegroeid |
| zij / ze | zijn gegroeid |
Simple past
Onvoltooid verleden tijd
| ik | groeide |
| jij / je | groeide |
| hij / zij / het | groeide |
| wij / we | groeiden |
| jullie | groeiden |
| zij / ze | groeiden |
Past perfect
Voltooid verleden tijd
| ik | was gegroeid |
| jij / je | was gegroeid |
| hij / zij / het | was gegroeid |
| wij / we | waren gegroeid |
| jullie | waren gegroeid |
| zij / ze | waren gegroeid |
Future
zullen + infinitive
| ik | zal groeien |
| jij / je | zult groeien |
| hij / zij / het | zal groeien |
| wij / we | zullen groeien |
| jullie | zullen groeien |
| zij / ze | zullen groeien |
Conditional
zouden + infinitive
| ik | zou groeien |
| jij / je | zou groeien |
| hij / zij / het | zou groeien |
| wij / we | zouden groeien |
| jullie | zouden groeien |
| zij / ze | zouden groeien |
Imperative
Commands
| jij | groei |
Questions about groeien
How do you conjugate groeien in the present tense?
ik groei, jij / je groeit, hij / zij / het groeit, wij / we groeien, jullie groeien, zij / ze groeien.
What is the past participle of groeien?
gegroeid.
Does groeien take hebben or zijn in the perfect?
zijn: ik ben gegroeid.
How do you say "I grow physically" in Dutch?
Ik groei.
What is the simple past of groeien?
ik groeide, wij groeiden.
More Dutch verbs
All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained
Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. groeien on Wiktionary · Audio: 16Word.
Make the verbs stick
16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.