realiseren

Dutch verb conjugation — to realize · /reː.aː.liˈzeː.rə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
gerealiseerd
Level
A1

In short: ik realiseer, jij realiseert, hij realiseert, wij realiseren, jullie realiseren, zij realiseren — and in the past, ik heb gerealiseerd.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikrealiseer
jij / jerealiseert
hij / zij / hetrealiseert
wij / werealiseren
jullierealiseren
zij / zerealiseren

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb gerealiseerd
jij / jehebt gerealiseerd
hij / zij / hetheeft gerealiseerd
wij / wehebben gerealiseerd
julliehebben gerealiseerd
zij / zehebben gerealiseerd

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikrealiseerde
jij / jerealiseerde
hij / zij / hetrealiseerde
wij / werealiseerden
jullierealiseerden
zij / zerealiseerden

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad gerealiseerd
jij / jehad gerealiseerd
hij / zij / hethad gerealiseerd
wij / wehadden gerealiseerd
julliehadden gerealiseerd
zij / zehadden gerealiseerd

Future

zullen + infinitive

ikzal realiseren
jij / jezult realiseren
hij / zij / hetzal realiseren
wij / wezullen realiseren
julliezullen realiseren
zij / zezullen realiseren

Conditional

zouden + infinitive

ikzou realiseren
jij / jezou realiseren
hij / zij / hetzou realiseren
wij / wezouden realiseren
julliezouden realiseren
zij / zezouden realiseren

Imperative

Commands

jijrealiseer

Questions about realiseren

How do you conjugate realiseren in the present tense?

ik realiseer, jij / je realiseert, hij / zij / het realiseert, wij / we realiseren, jullie realiseren, zij / ze realiseren.

What is the past participle of realiseren?

gerealiseerd.

Does realiseren take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb gerealiseerd.

How do you say "I realize" in Dutch?

Ik realiseer.

What is the simple past of realiseren?

ik realiseerde, wij realiseerden.

More Dutch verbs

All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. realiseren on Wiktionary · Audio: 16Word.

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.