storen

Dutch verb conjugation — to disturb · /ˈstoː.rə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
gestoord
Level
A2

In short: ik stoor, jij stoort, hij stoort, wij storen, jullie storen, zij storen — and in the past, ik heb gestoord.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikstoor
jij / jestoort
hij / zij / hetstoort
wij / westoren
julliestoren
zij / zestoren

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb gestoord
jij / jehebt gestoord
hij / zij / hetheeft gestoord
wij / wehebben gestoord
julliehebben gestoord
zij / zehebben gestoord

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikstoorde
jij / jestoorde
hij / zij / hetstoorde
wij / westoorden
julliestoorden
zij / zestoorden

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad gestoord
jij / jehad gestoord
hij / zij / hethad gestoord
wij / wehadden gestoord
julliehadden gestoord
zij / zehadden gestoord

Future

zullen + infinitive

ikzal storen
jij / jezult storen
hij / zij / hetzal storen
wij / wezullen storen
julliezullen storen
zij / zezullen storen

Conditional

zouden + infinitive

ikzou storen
jij / jezou storen
hij / zij / hetzou storen
wij / wezouden storen
julliezouden storen
zij / zezouden storen

Imperative

Commands

jijstoor

Questions about storen

How do you conjugate storen in the present tense?

ik stoor, jij / je stoort, hij / zij / het stoort, wij / we storen, jullie storen, zij / ze storen.

What is the past participle of storen?

gestoord.

Does storen take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb gestoord.

How do you say "I disturb" in Dutch?

Ik stoor.

What is the simple past of storen?

ik stoorde, wij stoorden.

More Dutch verbs

All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. storen on Wiktionary · Audio: 16Word.

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.