duren

Dutch verb conjugation — to take · /ˈdyrə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
geduurd
Level
—

In short: ik duur, jij duurt, hij duurt, wij duren, jullie duren, zij duren — and in the past, ik heb geduurd.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikduur
jij / jeduurt
hij / zij / hetduurt
wij / weduren
jullieduren
zij / zeduren

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb geduurd
jij / jehebt geduurd
hij / zij / hetheeft geduurd
wij / wehebben geduurd
julliehebben geduurd
zij / zehebben geduurd

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikduurde
jij / jeduurde
hij / zij / hetduurde
wij / weduurden
jullieduurden
zij / zeduurden

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad geduurd
jij / jehad geduurd
hij / zij / hethad geduurd
wij / wehadden geduurd
julliehadden geduurd
zij / zehadden geduurd

Future

zullen + infinitive

ikzal duren
jij / jezult duren
hij / zij / hetzal duren
wij / wezullen duren
julliezullen duren
zij / zezullen duren

Conditional

zouden + infinitive

ikzou duren
jij / jezou duren
hij / zij / hetzou duren
wij / wezouden duren
julliezouden duren
zij / zezouden duren

Imperative

Commands

jijduur

Questions about duren

How do you conjugate duren in the present tense?

ik duur, jij / je duurt, hij / zij / het duurt, wij / we duren, jullie duren, zij / ze duren.

What is the past participle of duren?

geduurd.

Does duren take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb geduurd.

How do you say "I take" in Dutch?

Ik duur.

What is the simple past of duren?

ik duurde, wij duurden.

More Dutch verbs

All 212 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. duren on Wiktionary · Recording of duren: Marcel coenders, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons (MP3 version).

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.