zingen

Dutch verb conjugation — to sing · /ˈzɪ.ŋə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
gezongen
Level
A1

In short: ik zing, jij zingt, hij zingt, wij zingen, jullie zingen, zij zingen — and in the past, ik heb gezongen.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikzing
jij / jezingt
hij / zij / hetzingt
wij / wezingen
julliezingen
zij / zezingen

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb gezongen
jij / jehebt gezongen
hij / zij / hetheeft gezongen
wij / wehebben gezongen
julliehebben gezongen
zij / zehebben gezongen

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikzong
jij / jezong
hij / zij / hetzong
wij / wezongen
julliezongen
zij / zezongen

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad gezongen
jij / jehad gezongen
hij / zij / hethad gezongen
wij / wehadden gezongen
julliehadden gezongen
zij / zehadden gezongen

Future

zullen + infinitive

ikzal zingen
jij / jezult zingen
hij / zij / hetzal zingen
wij / wezullen zingen
julliezullen zingen
zij / zezullen zingen

Conditional

zouden + infinitive

ikzou zingen
jij / jezou zingen
hij / zij / hetzou zingen
wij / wezouden zingen
julliezouden zingen
zij / zezouden zingen

Imperative

Commands

jijzing

Questions about zingen

How do you conjugate zingen in the present tense?

ik zing, jij / je zingt, hij / zij / het zingt, wij / we zingen, jullie zingen, zij / ze zingen.

What is the past participle of zingen?

gezongen.

Does zingen take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb gezongen.

How do you say "I sing" in Dutch?

Ik zing.

What is the simple past of zingen?

ik zong, wij zongen.

More Dutch verbs

All 212 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. zingen on Wiktionary · Recording of zingen: GerardM, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons (MP3 version).

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.