liggen

Dutch verb conjugation — to lie; to be lying down · /ˈlɪɣə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
gelegen
Level
—

In short: ik lig, jij ligt, hij ligt, wij liggen, jullie liggen, zij liggen — and in the past, ik heb gelegen.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

iklig
jij / jeligt
hij / zij / hetligt
wij / weliggen
jullieliggen
zij / zeliggen

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb gelegen
jij / jehebt gelegen
hij / zij / hetheeft gelegen
wij / wehebben gelegen
julliehebben gelegen
zij / zehebben gelegen

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

iklag
jij / jelag
hij / zij / hetlag
wij / welagen
jullielagen
zij / zelagen

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad gelegen
jij / jehad gelegen
hij / zij / hethad gelegen
wij / wehadden gelegen
julliehadden gelegen
zij / zehadden gelegen

Future

zullen + infinitive

ikzal liggen
jij / jezult liggen
hij / zij / hetzal liggen
wij / wezullen liggen
julliezullen liggen
zij / zezullen liggen

Conditional

zouden + infinitive

ikzou liggen
jij / jezou liggen
hij / zij / hetzou liggen
wij / wezouden liggen
julliezouden liggen
zij / zezouden liggen

Imperative

Commands

jijlig

liggen in sentences

  • Er ligt een hoop rommel op zolder.There is a lot of rubbish in the attic.
  • Kun je me zeggen waar Geldrop ligt?Could you tell me where Geldrop is (located)?
  • Je biefstuk ligt daar koud te worden.Your steak is (lying) there getting cold.

Examples from Wiktionary.

Questions about liggen

How do you conjugate liggen in the present tense?

ik lig, jij / je ligt, hij / zij / het ligt, wij / we liggen, jullie liggen, zij / ze liggen.

What is the past participle of liggen?

gelegen.

Does liggen take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb gelegen.

What is the simple past of liggen?

ik lag, wij lagen.

More Dutch verbs

All 212 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. liggen on Wiktionary · Recording of liggen: Marcel coenders, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons (MP3 version).

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.