sparen
Dutch verb conjugation — to save up · /ˈspaːrə(n)/
In short: ik spaar, jij spaart, hij spaart, wij sparen, jullie sparen, zij sparen — and in the past, ik heb gespaard.
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd
| ik | spaar |
| jij / je | spaart |
| hij / zij / het | spaart |
| wij / we | sparen |
| jullie | sparen |
| zij / ze | sparen |
Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past
| ik | heb gespaard |
| jij / je | hebt gespaard |
| hij / zij / het | heeft gespaard |
| wij / we | hebben gespaard |
| jullie | hebben gespaard |
| zij / ze | hebben gespaard |
Simple past
Onvoltooid verleden tijd
| ik | spaarde |
| jij / je | spaarde |
| hij / zij / het | spaarde |
| wij / we | spaarden |
| jullie | spaarden |
| zij / ze | spaarden |
Past perfect
Voltooid verleden tijd
| ik | had gespaard |
| jij / je | had gespaard |
| hij / zij / het | had gespaard |
| wij / we | hadden gespaard |
| jullie | hadden gespaard |
| zij / ze | hadden gespaard |
Future
zullen + infinitive
| ik | zal sparen |
| jij / je | zult sparen |
| hij / zij / het | zal sparen |
| wij / we | zullen sparen |
| jullie | zullen sparen |
| zij / ze | zullen sparen |
Conditional
zouden + infinitive
| ik | zou sparen |
| jij / je | zou sparen |
| hij / zij / het | zou sparen |
| wij / we | zouden sparen |
| jullie | zouden sparen |
| zij / ze | zouden sparen |
Imperative
Commands
| jij | spaar |
Questions about sparen
How do you conjugate sparen in the present tense?
ik spaar, jij / je spaart, hij / zij / het spaart, wij / we sparen, jullie sparen, zij / ze sparen.
What is the past participle of sparen?
gespaard.
Does sparen take hebben or zijn in the perfect?
hebben: ik heb gespaard.
How do you say "I save up" in Dutch?
Ik spaar.
What is the simple past of sparen?
ik spaarde, wij spaarden.
More Dutch verbs
All 212 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained
Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. sparen on Wiktionary · Recording of sparen: Jcwf, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons (MP3 version).
Make the verbs stick
16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.