verliezen
Dutch verb conjugation — to lose (possession) · /vərˈlizə(n)/
In short: ik verlies, jij verliest, hij verliest, wij verliezen, jullie verliezen, zij verliezen — and in the past, ik heb verloren.
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd
| ik | verlies |
| jij / je | verliest |
| hij / zij / het | verliest |
| wij / we | verliezen |
| jullie | verliezen |
| zij / ze | verliezen |
Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past
| ik | heb verloren |
| jij / je | hebt verloren |
| hij / zij / het | heeft verloren |
| wij / we | hebben verloren |
| jullie | hebben verloren |
| zij / ze | hebben verloren |
Simple past
Onvoltooid verleden tijd
| ik | verloor |
| jij / je | verloor |
| hij / zij / het | verloor |
| wij / we | verloren |
| jullie | verloren |
| zij / ze | verloren |
Past perfect
Voltooid verleden tijd
| ik | had verloren |
| jij / je | had verloren |
| hij / zij / het | had verloren |
| wij / we | hadden verloren |
| jullie | hadden verloren |
| zij / ze | hadden verloren |
Future
zullen + infinitive
| ik | zal verliezen |
| jij / je | zult verliezen |
| hij / zij / het | zal verliezen |
| wij / we | zullen verliezen |
| jullie | zullen verliezen |
| zij / ze | zullen verliezen |
Conditional
zouden + infinitive
| ik | zou verliezen |
| jij / je | zou verliezen |
| hij / zij / het | zou verliezen |
| wij / we | zouden verliezen |
| jullie | zouden verliezen |
| zij / ze | zouden verliezen |
Imperative
Commands
| jij | verlies |
Questions about verliezen
How do you conjugate verliezen in the present tense?
ik verlies, jij / je verliest, hij / zij / het verliest, wij / we verliezen, jullie verliezen, zij / ze verliezen.
What is the past participle of verliezen?
verloren.
Does verliezen take hebben or zijn in the perfect?
hebben: ik heb verloren.
What is the simple past of verliezen?
ik verloor, wij verloren.
More Dutch verbs
All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained
Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. verliezen on Wiktionary · Audio: 16Word.
Make the verbs stick
16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.