blijven

Dutch verb conjugation — to stay · /ˈblɛi̯vən/

Auxiliary
zijn
Past participle
gebleven
Level
B1

In short: ik blijf, jij blijft, hij blijft, wij blijven, jullie blijven, zij blijven — and in the past, ik ben gebleven.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikblijf
jij / jeblijft
hij / zij / hetblijft
wij / weblijven
jullieblijven
zij / zeblijven

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikben gebleven
jij / jebent gebleven
hij / zij / hetis gebleven
wij / wezijn gebleven
julliezijn gebleven
zij / zezijn gebleven

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikbleef
jij / jebleef
hij / zij / hetbleef
wij / webleven
julliebleven
zij / zebleven

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikwas gebleven
jij / jewas gebleven
hij / zij / hetwas gebleven
wij / wewaren gebleven
julliewaren gebleven
zij / zewaren gebleven

Future

zullen + infinitive

ikzal blijven
jij / jezult blijven
hij / zij / hetzal blijven
wij / wezullen blijven
julliezullen blijven
zij / zezullen blijven

Conditional

zouden + infinitive

ikzou blijven
jij / jezou blijven
hij / zij / hetzou blijven
wij / wezouden blijven
julliezouden blijven
zij / zezouden blijven

Imperative

Commands

jijblijf

blijven in sentences

  • Blijf hier, ik ga kijken.Stay here, I'm going to have a look.
  • Wat er ook gebeurt, altijd blijven lachen!Whatever happens, always keep laughing!

Examples from Wiktionary.

Questions about blijven

How do you conjugate blijven in the present tense?

ik blijf, jij / je blijft, hij / zij / het blijft, wij / we blijven, jullie blijven, zij / ze blijven.

What is the past participle of blijven?

gebleven.

Does blijven take hebben or zijn in the perfect?

zijn: ik ben gebleven.

How do you say "I stay" in Dutch?

Ik blijf.

What is the simple past of blijven?

ik bleef, wij bleven.

More Dutch verbs

All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. blijven on Wiktionary · Audio: 16Word.

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.