voorzien
Dutch verb conjugation — to provide
In short: ik voorzie, jij voorziet, hij voorziet, wij voorzien, jullie voorzien, zij voorzien — and in the past, ik heb voorzien.
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd
| ik | voorzie |
| jij / je | voorziet |
| hij / zij / het | voorziet |
| wij / we | voorzien |
| jullie | voorzien |
| zij / ze | voorzien |
Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past
| ik | heb voorzien |
| jij / je | hebt voorzien |
| hij / zij / het | heeft voorzien |
| wij / we | hebben voorzien |
| jullie | hebben voorzien |
| zij / ze | hebben voorzien |
Simple past
Onvoltooid verleden tijd
| ik | voorzag |
| jij / je | voorzag |
| hij / zij / het | voorzag |
| wij / we | voorzagen |
| jullie | voorzagen |
| zij / ze | voorzagen |
Past perfect
Voltooid verleden tijd
| ik | had voorzien |
| jij / je | had voorzien |
| hij / zij / het | had voorzien |
| wij / we | hadden voorzien |
| jullie | hadden voorzien |
| zij / ze | hadden voorzien |
Future
zullen + infinitive
| ik | zal voorzien |
| jij / je | zult voorzien |
| hij / zij / het | zal voorzien |
| wij / we | zullen voorzien |
| jullie | zullen voorzien |
| zij / ze | zullen voorzien |
Conditional
zouden + infinitive
| ik | zou voorzien |
| jij / je | zou voorzien |
| hij / zij / het | zou voorzien |
| wij / we | zouden voorzien |
| jullie | zouden voorzien |
| zij / ze | zouden voorzien |
Imperative
Commands
| jij | voorzie |
Questions about voorzien
How do you conjugate voorzien in the present tense?
ik voorzie, jij / je voorziet, hij / zij / het voorziet, wij / we voorzien, jullie voorzien, zij / ze voorzien.
What is the past participle of voorzien?
voorzien.
Does voorzien take hebben or zijn in the perfect?
hebben: ik heb voorzien.
How do you say "I provide" in Dutch?
Ik voorzie.
What is the simple past of voorzien?
ik voorzag, wij voorzagen.
More Dutch verbs
All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained
Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. voorzien on Wiktionary · Audio: 16Word.
Make the verbs stick
16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.