bloeien

Dutch verb conjugation — to blossom · /ˈblui̯ə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
gebloeid
Level
A2

In short: ik bloei, jij bloeit, hij bloeit, wij bloeien, jullie bloeien, zij bloeien — and in the past, ik heb gebloeid.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikbloei
jij / jebloeit
hij / zij / hetbloeit
wij / webloeien
julliebloeien
zij / zebloeien

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb gebloeid
jij / jehebt gebloeid
hij / zij / hetheeft gebloeid
wij / wehebben gebloeid
julliehebben gebloeid
zij / zehebben gebloeid

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikbloeide
jij / jebloeide
hij / zij / hetbloeide
wij / webloeiden
julliebloeiden
zij / zebloeiden

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad gebloeid
jij / jehad gebloeid
hij / zij / hethad gebloeid
wij / wehadden gebloeid
julliehadden gebloeid
zij / zehadden gebloeid

Future

zullen + infinitive

ikzal bloeien
jij / jezult bloeien
hij / zij / hetzal bloeien
wij / wezullen bloeien
julliezullen bloeien
zij / zezullen bloeien

Conditional

zouden + infinitive

ikzou bloeien
jij / jezou bloeien
hij / zij / hetzou bloeien
wij / wezouden bloeien
julliezouden bloeien
zij / zezouden bloeien

Imperative

Commands

jijbloei

bloeien in sentences

  • Hij bloeide in de laatste twee decennia van de veertiende eeuw.He flourished in the two final decades of the fourteenth century.

Examples from Wiktionary.

Questions about bloeien

How do you conjugate bloeien in the present tense?

ik bloei, jij / je bloeit, hij / zij / het bloeit, wij / we bloeien, jullie bloeien, zij / ze bloeien.

What is the past participle of bloeien?

gebloeid.

Does bloeien take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb gebloeid.

How do you say "I blossom" in Dutch?

Ik bloei.

What is the simple past of bloeien?

ik bloeide, wij bloeiden.

More Dutch verbs

All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. bloeien on Wiktionary · Audio: 16Word.

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.