sluiten

Dutch verb conjugation — to close · /ˈslœy̯tə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
gesloten
Level
A1

In short: ik sluit, jij sluit, hij sluit, wij sluiten, jullie sluiten, zij sluiten — and in the past, ik heb gesloten.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

iksluit
jij / jesluit
hij / zij / hetsluit
wij / wesluiten
julliesluiten
zij / zesluiten

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb gesloten
jij / jehebt gesloten
hij / zij / hetheeft gesloten
wij / wehebben gesloten
julliehebben gesloten
zij / zehebben gesloten

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

iksloot
jij / jesloot
hij / zij / hetsloot
wij / wesloten
julliesloten
zij / zesloten

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad gesloten
jij / jehad gesloten
hij / zij / hethad gesloten
wij / wehadden gesloten
julliehadden gesloten
zij / zehadden gesloten

Future

zullen + infinitive

ikzal sluiten
jij / jezult sluiten
hij / zij / hetzal sluiten
wij / wezullen sluiten
julliezullen sluiten
zij / zezullen sluiten

Conditional

zouden + infinitive

ikzou sluiten
jij / jezou sluiten
hij / zij / hetzou sluiten
wij / wezouden sluiten
julliezouden sluiten
zij / zezouden sluiten

Imperative

Commands

jijsluit

sluiten in sentences

  • De twee vijanden hebben vriendschap gesloten.The two enemies made friends.
  • Ze verschilden van mening, maar ze hebben toch een compromis gesloten.They differed in opinion, but they still made a compromise.

Examples from Wiktionary.

Questions about sluiten

How do you conjugate sluiten in the present tense?

ik sluit, jij / je sluit, hij / zij / het sluit, wij / we sluiten, jullie sluiten, zij / ze sluiten.

What is the past participle of sluiten?

gesloten.

Does sluiten take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb gesloten.

How do you say "I close" in Dutch?

Ik sluit.

What is the simple past of sluiten?

ik sloot, wij sloten.

More Dutch verbs

All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. sluiten on Wiktionary · Audio: 16Word.

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.