lezen

Dutch verb conjugation — to read · /ˈleːzə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
gelezen
Level
A1

In short: ik lees, jij leest, hij leest, wij lezen, jullie lezen, zij lezen — and in the past, ik heb gelezen.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

iklees
jij / jeleest
hij / zij / hetleest
wij / welezen
jullielezen
zij / zelezen

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb gelezen
jij / jehebt gelezen
hij / zij / hetheeft gelezen
wij / wehebben gelezen
julliehebben gelezen
zij / zehebben gelezen

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

iklas
jij / jelas
hij / zij / hetlas
wij / welazen
jullielazen
zij / zelazen

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad gelezen
jij / jehad gelezen
hij / zij / hethad gelezen
wij / wehadden gelezen
julliehadden gelezen
zij / zehadden gelezen

Future

zullen + infinitive

ikzal lezen
jij / jezult lezen
hij / zij / hetzal lezen
wij / wezullen lezen
julliezullen lezen
zij / zezullen lezen

Conditional

zouden + infinitive

ikzou lezen
jij / jezou lezen
hij / zij / hetzou lezen
wij / wezouden lezen
julliezouden lezen
zij / zezouden lezen

Imperative

Commands

jijlees

lezen in sentences

  • Ze houdt ervan om boeken te lezen in haar vrije tijd.She enjoys reading books in her free time.
  • Hij heeft alle Harry Potter-boeken gelezen.He has read all the Harry Potter books.
  • Kun je alsjeblieft deze zin voor me lezen?Can you please read this sentence for me?

Examples from Wiktionary.

Questions about lezen

How do you conjugate lezen in the present tense?

ik lees, jij / je leest, hij / zij / het leest, wij / we lezen, jullie lezen, zij / ze lezen.

What is the past participle of lezen?

gelezen.

Does lezen take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb gelezen.

How do you say "I read" in Dutch?

Ik lees.

What is the simple past of lezen?

ik las, wij lazen.

More Dutch verbs

All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. lezen on Wiktionary · Audio: 16Word.

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.