snijden
Dutch verb conjugation — to cut · /ˈsnɛi̯də(n)/
In short: ik snij, jij snijdt, hij snijdt, wij snijden, jullie snijden, zij snijden — and in the past, ik heb gesneden.
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd
| ik | snij |
| jij / je | snijdt |
| hij / zij / het | snijdt |
| wij / we | snijden |
| jullie | snijden |
| zij / ze | snijden |
Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past
| ik | heb gesneden |
| jij / je | hebt gesneden |
| hij / zij / het | heeft gesneden |
| wij / we | hebben gesneden |
| jullie | hebben gesneden |
| zij / ze | hebben gesneden |
Simple past
Onvoltooid verleden tijd
| ik | sneed |
| jij / je | sneed |
| hij / zij / het | sneed |
| wij / we | sneden |
| jullie | sneden |
| zij / ze | sneden |
Past perfect
Voltooid verleden tijd
| ik | had gesneden |
| jij / je | had gesneden |
| hij / zij / het | had gesneden |
| wij / we | hadden gesneden |
| jullie | hadden gesneden |
| zij / ze | hadden gesneden |
Future
zullen + infinitive
| ik | zal snijden |
| jij / je | zult snijden |
| hij / zij / het | zal snijden |
| wij / we | zullen snijden |
| jullie | zullen snijden |
| zij / ze | zullen snijden |
Conditional
zouden + infinitive
| ik | zou snijden |
| jij / je | zou snijden |
| hij / zij / het | zou snijden |
| wij / we | zouden snijden |
| jullie | zouden snijden |
| zij / ze | zouden snijden |
Imperative
Commands
| jij | snij |
snijden in sentences
- Ze is een appel aan het snijden.She is cutting an apple.
- Hij sneed de groenten voor het diner.He cut the vegetables for dinner.
- Pas op dat je jezelf niet snijdt met dat mes.Be careful not to cut yourself with that knife.
Examples from Wiktionary.
Questions about snijden
How do you conjugate snijden in the present tense?
ik snij, jij / je snijdt, hij / zij / het snijdt, wij / we snijden, jullie snijden, zij / ze snijden.
What is the past participle of snijden?
gesneden.
Does snijden take hebben or zijn in the perfect?
hebben: ik heb gesneden.
How do you say "I cut" in Dutch?
Ik snij.
What is the simple past of snijden?
ik sneed, wij sneden.
More Dutch verbs
All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained
Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. snijden on Wiktionary · Audio: 16Word.
Make the verbs stick
16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.