breken

Dutch verb conjugation — to break · /ˈbreːkə(n)/

Auxiliary
hebben
Past participle
gebroken
Level
A1

In short: ik breek, jij breekt, hij breekt, wij breken, jullie breken, zij breken — and in the past, ik heb gebroken.

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd

ikbreek
jij / jebreekt
hij / zij / hetbreekt
wij / webreken
julliebreken
zij / zebreken

Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd — the everyday past

ikheb gebroken
jij / jehebt gebroken
hij / zij / hetheeft gebroken
wij / wehebben gebroken
julliehebben gebroken
zij / zehebben gebroken

Simple past

Onvoltooid verleden tijd

ikbrak
jij / jebrak
hij / zij / hetbrak
wij / webraken
julliebraken
zij / zebraken

Past perfect

Voltooid verleden tijd

ikhad gebroken
jij / jehad gebroken
hij / zij / hethad gebroken
wij / wehadden gebroken
julliehadden gebroken
zij / zehadden gebroken

Future

zullen + infinitive

ikzal breken
jij / jezult breken
hij / zij / hetzal breken
wij / wezullen breken
julliezullen breken
zij / zezullen breken

Conditional

zouden + infinitive

ikzou breken
jij / jezou breken
hij / zij / hetzou breken
wij / wezouden breken
julliezouden breken
zij / zezouden breken

Imperative

Commands

jijbreek

Questions about breken

How do you conjugate breken in the present tense?

ik breek, jij / je breekt, hij / zij / het breekt, wij / we breken, jullie breken, zij / ze breken.

What is the past participle of breken?

gebroken.

Does breken take hebben or zijn in the perfect?

hebben: ik heb gebroken.

How do you say "I break" in Dutch?

Ik breek.

What is the simple past of breken?

ik brak, wij braken.

More Dutch verbs

All 150 Dutch verbs → · The Dutch inburgering exam explained

Conjugation, meanings and examples: Wiktionary (CC BY-SA 4.0), via kaikki.org. breken on Wiktionary · Audio: 16Word.

Make the verbs stick

16Word drills Dutch verbs, words and sentences 16 at a time, with audio and a game break between answers — from any of 36 languages. Free to start.